DE MENSEN ACHTER DE WOL

Sjraar en zijn kudde

De kuddes van Sjraar van Beek lopen niet zomaar door het landschap. Ze houden de heide open, dragen bij aan de biodiversiteit en leveren een materiaal dat lange tijd nauwelijks nog waarde had. Juist daar begint voor ons een belangrijk verhaal over Nederlandse wol.

De waarde van wol begint niet bij zachtheid. Ze begint bij begrijpen wat je in handen hebt.

Het landschap als vertrekpunt

Het begon niet met wol, maar met de heide.

Tijdens onderzoek naar biodiversiteit zag Sjraar van Beek wat er gebeurde wanneer gras steeds meer ruimte innam. Heideplanten verdwenen. Zijn voorstel was even eenvoudig als eeuwenoud: laat schapen het landschap onderhouden.

Daarvoor haalde hij Kempische heideschapen naar de heide. Een oud Nederlands ras dat van oudsher niet alleen werd gehouden voor begrazing, maar ook voor mest en wol.

Wat begon als een manier om het landschap te beheren, groeide uit tot Landschapsbeheer De Wassum. Inmiddels trekken verschillende kuddes met hun herders door natuurgebieden rond onder andere Heeze en Roermond.

Een schaap met een functie

Een heideschaap is onderdeel van het landschap waarin het leeft. Terwijl de kudde graast, wordt gras teruggedrongen en ontstaat opnieuw ruimte voor andere planten.

Dat maakt de waarde van het dier groter dan alleen de wol die het ieder jaar produceert.

En toch werd juist die wol steeds minder waard.

Door het verdwijnen van de Nederlandse wolhandel en het wegvallen van sortering raakten verschillende kwaliteiten steeds vaker door elkaar. Wol die wél geschikt was voor hoogwaardige toepassingen verloor daardoor samen met de rest zijn bestemming.

Voor Sjraar was dat aanleiding om beter naar zijn eigen kudde te kijken.

Opnieuw kijken naar de vacht

Onderzoek naar de wol van duizenden schapen liet zien hoeveel verschil er binnen een kudde kan bestaan. Niet iedere vacht is hetzelfde. Vezeldikte, kwaliteit en zelfs het moment van scheren spelen een rol in wat je uiteindelijk met de wol kunt maken.

Door die kennis kan Sjraar zijn wol veel gerichter selecteren en door fokkerij werken aan de kwaliteit van toekomstige vachten.

Voor ons is dat precies waar een Nederlandse wolketen begint: niet proberen het materiaal iets anders te laten zijn, maar begrijpen wat er al is.

Van kudde naar knitwear

De samenwerking met Sjraar geeft ons toegang tot meer dan een grondstof. We leren waar de wol vandaan komt, hoe de dieren leven en welke eigenschappen verschillende vachten hebben.

Die kennis nemen we mee naar het ontwerp.

Sommige wol is geschikt voor kleding. Andere kwaliteiten werken beter in een plaid of een ander textielproduct. Door vanaf het materiaal te ontwerpen, kunnen we steeds meer Nederlandse wol een bestemming geven waarvoor haar eigen karakter juist een kwaliteit is.

Zo ontstaat een keten waarin landschap, dier, herder en maker opnieuw met elkaar verbonden raken.