Een materiaal staat nooit op zichzelf. Het draagt het landschap, de handen en de keuzes die eraan voorafgingen.
Hier verzamelen we verhalen
over Nederlandse wol, landschap, vakmanschap
en de weg van vezel naar kledingstuk.
het Nederlandse woljaar
Wol kent geen haast. Het materiaal volgt het ritme van dier, land en seizoenen.



In het voorjaar begint de cyclus opnieuw. Terwijl gras en landschap groeien, groeit ook de vacht. Maand na maand vormt zich het materiaal waar we later mee zullen werken.
Aan het begin van de zomer worden de schapen geschoren. De wol wordt verzameld en geselecteerd, waarna het werk zich verplaatst van het land naar de makers: wassen, kammen, spinnen, kleuren, breien en ontwikkelen.
In de herfst komt de wol terug in een andere vorm. Als knitwear wordt het materiaal gedragen waarvoor het van nature zo geschikt is: warmte vasthouden en beschermen wanneer het buiten kouder wordt.
Op 17 september markeren we die overgang met de Opening van het Wolseizoen. Een jaarlijks moment waarop wol, makers en nieuwe knitwear samenkomen — en het draagseizoen begint.
Opening Wolseizoen.
DE MENSEN ACHTER DE WOL
Sjraar en zijn kudde
Wat begon als een manier om de heide gezond te houden, groeide uit tot een kudde van duizenden Kempische heideschapen. Samen met herder Sjraar van Beek onderzoeken we hoe begrazing, landschap en wolkwaliteit met elkaar verbonden zijn, en hoe Nederlandse wol opnieuw van waarde kan zijn.

Niet iedere wol hoeft zacht te zijn.
Zachtheid is maar één manier om naar wol te kijken.
Nederlandse wol kan steviger, droger en uitgesprokener aanvoelen dan merino of cashmere. Dat is geen eigenschap die we proberen weg te werken. Het is juist het vertrekpunt voor wat we ermee maken.
De ene vezel geeft structuur. Een andere veerkracht, warmte of volume. Door wol te selecteren, mengen en breien vanuit haar eigen karakter ontstaat knitwear die niet probeert iets anders te zijn.
Niet de vezel aanpassen aan het product, maar het product ontwerpen vanuit de vezel.
Van bodem tot wol —
en weer terug
Een schaap staat niet los van het landschap waarin het leeft. Gras, bodem, begrazing en dier maken deel uit van hetzelfde systeem. De vacht die daar ieder jaar opnieuw uit groeit, is daar letterlijk een product van.
Voor The Knitwit Stable begint circulariteit daarom niet pas wanneer een trui wordt afgedankt. De vraag begint veel eerder: hoe kan wat we maken onderdeel blijven van de kringloop waaruit het materiaal voortkomt?
Van bodem naar gras, van gras naar schaap, van schaap naar vezel — en uiteindelijk misschien weer terug.

Kan een trui terug naar de bodem?
Wol is een natuurlijke vezel. Maar daarmee is een wollen trui nog niet automatisch een product dat terug kan naar de natuur.
Een kledingstuk bestaat ook uit garens, verfstoffen, labels, garen voor naden en afwerking. Iedere toevoeging heeft invloed op wat er aan het einde van zijn leven mee kan gebeuren.
Met onze compostabele collectie onderzoeken we hoe ver we daarin kunnen gaan.
Wat moet je weglaten, veranderen of opnieuw ontwikkelen om een trui uiteindelijk terug te kunnen geven aan de bodem?
En vooral: wat kan al — en wat nog niet?
De kleur van wol
Wol begint niet als een wit canvas. Veel van onze kleuren ontstaan uit de natuurlijke tinten van de vacht. Wolwit melange, beige melange, taupe melange en sommige bruintinten van alpaca zijn geheel of vrijwel ongeverfd.
De kleur wordt samengesteld vóór het spinnen. Verschillende natuurlijke vezels worden gemengd voor de juiste tint en diepte. Soms voegen we een klein deel geverfde vezels toe, bijvoorbeeld om een natuurlijke taupe donkerder te maken.
Voor uitgesproken kleuren wordt meer wol geverfd. Donkerblauw mengen we met natuurlijke wol tot een melange; kleuren als geel en rood bestaan volledig uit geverfde wol.
Zo wordt het grootste deel van onze collectie gedragen door de oorspronkelijke kleuren van de wol zelf: levendig, genuanceerd en van nature nooit helemaal gelijk.





